Integriteit geldt al decennialang als een kernwaarde van de (semi)publieke sector. Terecht, want waar publieke macht en publieke middelen samenkomen, vormt het vertrouwen van inwoners het fundament onder effectief bestuur en uitvoering. Met integriteit als logische kernwaarde ontstond vanaf de jaren ’90 ook de bredere aandacht voor het inrichten van integriteitsmanagement binnen de sector. De wijze waarop het thema aandacht kreeg is sindsdien echter veranderd.
Waar organisaties in de ‘beginjaren’ vooral gericht waren op het voorkomen van zakelijke integriteitsschendingen (zoals fraude, corruptie en belangenverstrengeling), is het discours verschoven naar aandacht voor integer handelen en sociale veiligheid op de werkvloer.
Het karakter van de publieke sector maakt integriteit tot een logische kernwaarde, maar tegelijkertijd tot een waarde die in de praktijk regelmatig onder druk komt te staan. De publieke sector kenmerkt zich door een samenspel van belangen, verantwoordelijkheden en verwachtingen dat zelden eenduidig is.
In vergelijking met de private sector betekent dit dat integer handelen vaker onderwerp van betwisting is en dat integriteitsvraagstukken doorgaans minder eenduidig te duiden en aan te pakken zijn.
Generieke kaders en maatwerk
Een nadere toelichting maakt duidelijk waar de complexiteit van de publieke sector haar oorsprong vindt. Een eerste spanningsveld is dat tussen generieke kaders en individueel maatwerk. Wet- en regelgeving zijn noodzakelijk om rechtsgelijkheid en voorspelbaarheid te borgen, maar botsen in de praktijk regelmatig met individuele situaties waarin strikte toepassing onrechtvaardig of onwenselijk voelt. De vraag waar ruimte eindigt en willekeur begint, is zelden eenvoudig te beantwoorden, maar doet zich in de dagelijkse praktijk van professionals onvermijdelijk voor.
Denk bijvoorbeeld aan de wachtlijst voor een huurwoning bij een woningcorporatie. In de basis zal iemand met de langste inschrijfduur het eerst in aanmerking komen voor een leeggekomen woning, maar er is ook een alternatieve ingangsvorm door een urgentieverklaring vanuit de gemeente of een spoedverzoek vanuit een zorginstantie. Hoe weegt een corporatiemedewerker een verzoek van een inwoner of een schrijnende situatie in aanmerking komt voor een urgentieverklaring? En wat als dat verzoek afkomstig is van een bekende van de medewerker?
Mondige cliënt
Dit spanningsveld rond maatwerk wordt versterkt door de grotere en beter hoorbare stem van inwoners en bedrijven, die (in essentie terecht) hoge verwachtingen heeft van transparantie, rechtvaardigheid en snelheid. Wanneer die stem echter doorslaat, kan zij omslaan in oneigenlijke druk om, koste wat kost, gerealiseerd te krijgen waar een inwoner of partij meent recht op te hebben.
Publieke middelen
Een ander kenmerk van de publieke sector is het werken met publieke middelen en verspreid eigenaarschap. Verantwoordelijkheid is daarbij zelden eenduidig belegd. Bestuurders, toezichthouders, ambtenaren en uitvoerders delen eigenaarschap, maar niet altijd dezelfde verantwoordelijkheden, risico’s of prikkels. Vanuit integriteitsperspectief vergroot dit de kwetsbaarheid van organisaties voor onzorgvuldigheid of ongewenst gedrag. Dit vraagt om continue scherpte op het gebied van rolzuiverheid, transparantie en aanspreekbaarheid.
Snijden in budgetten
Gerelateerd aan middelen geldt binnen de publieke sector dat de opgaven over het algemeen toenemen, terwijl dit niet vanzelfsprekend gepaard gaat met stijgende budgetten. Bezuinigingen dwingen organisaties tot scherpe keuzes en herprioritering, wat in de praktijk vaak doorwerkt in de (personele) aandacht voor ‘checks-and-balances’. Denk bijvoorbeeld aan vergrote risico’s rond zorgfraude bij de thuiszorg. In een dergelijke context neemt de druk op professionals toe om “creatief” te zijn, met bijbehorende integriteitsrisico’s, temeer omdat beheersmaatregelen soms – bewust of onbewust – worden afgeschaald.
Innovaties
Een laatste kenmerk dat de complexiteit verder vergroot is de voortdurende ratrace van (technologische) innovaties. Digitalisering, data-analyse en AI bieden kansen voor betere dienstverlening, maar roepen tegelijkertijd nieuwe ethische en integriteitsvragen op. Wat mag wel, wat nog niet, en wie bepaalt dat? Beleidskaders lopen vaak achter op technologische ontwikkelingen en de middelen zijn vaak niet voorhanden om te investeren in specialistische IT-ondersteuning, waardoor professionals zich geregeld genoodzaakt zien te pionieren.
De geschetste factoren vormen, naast andere relevante omstandigheden, samen een cocktail die publieke organisaties bij uitstek vatbaar maakt voor integriteitsvraagstukken. Niet vanwege niet-integere medewerkers, of een gebrek aan bewustzijn, maar omdat de context hen voortdurend confronteert met dilemma’s waarvoor lang niet altijd eenduidige antwoorden voorhanden zijn. Integriteit is daarmee geen gerealiseerd uitgangspunt, maar een continu gesprek over waarden, verantwoordelijkheid en professioneel handelen.
EBBEN heeft ruime ervaring in het begeleiden van integriteitsvraagstukken binnen de publieke sector. Van onafhankelijk onderzoek naar integriteitskwesties en frauderisicoanalyses tot ondersteuning bij het screenen van samenwerkingspartners, leiderschapsontwikkeling en gerichte trainingen.
In de komende weken zoomen wij in deze artikelenreeks verder in op concrete vraagstukken en oplossingen uit de EBBEN-praktijk. We verkennen hoe integriteit zich manifesteert in verschillende sectoren binnen het publieke domein, welke dilemma’s daar spelen en hoe organisaties en professionals daarmee kunnen omgaan. Niet door complexiteit te versimpelen, maar door haar beter te begrijpen en hanteerbaar te maken.
Wilt u meer weten over het voorgaande, maak dan contact met Cosmo Schuurmans, Berend Snijders of Parissima Rauf.