Aandacht voor integriteit staat bij elke Nederlandse gemeente op de agenda. En terecht; het vertrouwen van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners is onlosmakelijk verbonden met het integer handelen van bestuurders en ambtenaren. Gedragscodes, meldregelingen en interne screening zijn dan ook gemeengoed bij gemeenten.
Maar integriteit stopt niet bij de grenzen van organisaties. Het handelen van partijen waarmee de gemeente samenwerkt, straalt ook af op de gemeente zelf. Een malafide subsidieontvanger, een frauderende contractpartner, of een maatschappelijke instelling met een discutabele achterban kan het publieke vertrouwen in de overheid ook zeker schaden. De vraag die begrijpelijkerwijs steeds vaker op tafel komt: Hoe houdt de gemeente grip op de integriteit van haar samenwerkingspartners?
Gemeenten gaan samenwerkingen aan met tal van partijen. Denk aan:
Elke vorm van samenwerking kent zijn eigen risico’s. Bij subsidiepartijen kan sprake zijn van complexe onder-aannemingsconstructies of ondoorzichtige netwerken achter de formele ontvanger. Hierdoor kunnen subsidiegelden via tussenlagen wegvloeien naar ongewenste doelen of partijen. Wanneer een commerciële partij werkzaamheden laat uitvoeren via een gemeentelijke voorziening voor beschut werk en betrokken blijkt bij fraude, arbeidsuitbuiting of georganiseerde criminaliteit, kan dat direct afstralen op de gemeente en leiden tot reputatieschade. Het vraagstuk is daarmee breder dan alleen naleving van contractvoorwaarden. Het raakt aan het vertrouwen in het lokaal bestuur en aan de publieke legitimiteit van gemeentelijke keuzes.
Met de Wet Bibob is de afgelopen jaren veel bereikt. Gemeenten hebben een stevig instrument om bij vergunningen, vastgoedtransacties en bepaalde subsidies te toetsen of er ernstig gevaar bestaat dat een beschikking wordt misbruikt voor criminele activiteiten.
Toch is Bibob alleen geen tovermiddel. Het instrument is wettelijk afgebakend en alleen inzetbaar binnen specifieke kaders en procedures. Bovendien ziet Bibob primair op het voorkomen van facilitering van criminaliteit; niet op bredere integriteits- of reputatierisico’s. Sommige gemeenten hebben (mede ingegeven door deze achtergrond) aanvullend beleid ontwikkeld. Een bekend voorbeeld is het BIO-beleid (Beleid Integriteit en Overeenkomsten) bij de gemeente Amsterdam, waarbij bij relatieaanvaarding van contractpartners aanvullende integriteitstoetsing plaatsvindt. In het verlengde van BIO hanteren diverse gemeenten vergelijkbare integriteitsclausules en screeningskaders binnen hun inkoop- en vastgoedbeleid. Een uniforme aanpak of handreiking ontbreekt echter, waardoor veel gemeenten zoeken naar een eigen, proportioneel en juridisch houdbaar kader.
De ruimte om integriteitsrisico’s bij samenwerkingspartners te adresseren is groter dan soms wordt gedacht; mits deze zorgvuldig is ingericht. Denk daarbij bijvoorbeeld aan:
Het opnemen van integriteitsclausules en samenwerkingsverklaringen waarin wederzijdse verwachtingen rond integer handelen, transparantie, gegevensbescherming en meldplicht worden vastgelegd. Dit creëert niet alleen juridische handvatten, maar ook normatieve duidelijkheid.
Steeds vaker wordt gekeken naar een aanpak vergelijkbaar met Know Your Customer (KYC) in het bedrijfsleven. Dat betekent niet dat elke leverancier diepgaand wordt doorgelicht, maar dat screening risicogestuurd plaatsvindt. Een kleine leverancier, die incidenteel wordt ingeschakeld, vereist een andere benadering dan een langdurige PPS-constructie in gebiedsontwikkeling. Bij samenwerkingen met een verhoogd risicoprofiel kan een aanvullende integriteitstoetsing passend zijn. Een dergelijke toets kan bestaan uit onderzoek in open bronnen (o.a. zicht op bestuurders, bad press), analyse van eigendoms- en zeggenschapsstructuren (UBO’s), toetsing op sanctielijsten en verdiepend due diligence-onderzoek. Cruciaal daarbij zijn proportionaliteit, subsidiariteit en transparantie. De screening moet passen bij het risicoprofiel van de samenwerking en deze dient juridisch zorgvuldig te worden onderbouwd.
Bij subsidies of complexe contractstructuren kan nader onderzoek nodig zijn naar achterliggende partijen of financiële constructies. Gemeenten beschikken in toenemende mate over wettelijke en contractuele mogelijkheden om informatie op te vragen en (indien nodig) verdiepend onderzoek te doen. Dergelijke trajecten vragen specialistische kennis van bestuursrecht, privacywetgeving en onderzoeksmethodiek.
Veel gemeenten komen in beweging naar aanleiding van een incident of een kritisch rapport van bijvoorbeeld de Rekenkamer over het handelen van een samenwerkingspartner. Begrijpelijk, maar helaas niet altijd duurzaam. Effectieve grip op samenwerking vraagt om een risicogestuurde benadering:
Door vooraf duidelijke kaders te formuleren, ontstaat een uitlegbare lijn en wordt willekeur in de toepassing van screenings voorkomen.
De ontwikkeling van een zorgvuldig screeningskader vraagt om een combinatie van juridische kennis, onderzoeksvaardigheden en bestuurlijke sensitiviteit. EBBEN ondersteunt gemeenten bij het ontwikkelen en implementeren van screeningsbeleid gericht op verschillende vormen van samenwerking. Daarbij combineren wij juridische expertise met ervaring in integriteitsmanagement en onderzoek. Onze dienstverlening omvat onder meer:
Door beleid, uitvoering en onderzoek met elkaar te verbinden, helpen wij gemeenten om grip te krijgen op samenwerkingen, met oog voor juridische houdbaarheid, proportionaliteit en bestuurlijke verantwoordelijkheid.
Integriteit is niet louter een interne aangelegenheid. Zij wordt mede bepaald door de partners met wie de gemeente zich verbindt. Wie samenwerkt, deelt verantwoordelijkheid. Grip op integriteit stopt daarom niet bij het gemeentehuis.
Wilt u meer weten over het voorgaande, maak dan contact met Berend Snijders of Cosmo Schuurmans.